Zoek resultaten voor: Stam | Stam
In 1923 wordt Anton Gerard van Hamel (1886-1945) hoogleraar Germaanse taal- en letterkunde in Utrecht. Aan zijn leeropdracht wordt ook de keltistiek toegevoegd, waarmee de wetenschappelijke studie van de Keltische talen en literaturen voor het eerst een formele plek in het Nederlandse universitaire bestel verwerft. Van Hamel verbindt daarmee twee werelden met elkaar, de oudgermanistiek en de keltistiek, en zijn rol als verbinder zien we terug in zijn contacten met wetenschappers in zowel Ierland en Wales als in IJsland en Denemarken. Zijn internationale carrière beslaat de periode tussen en gedurende de twee wereldoorlogen, en wordt gekenmerkt door tegenslagen en triomfen, door arrestaties en vriendschappen, en door verguizing en bewondering. Met deze uitgave wordt het 100-jarig jubileum van de leerstoel Keltisch gevierd en tegelijk eer betoond aan A. G. van Hamel, een baanbrekend geleerde met vele gezichten.
Christelijk geloof, onderwijs en commercie waren voor Jan van Riebeeck en tijdgenoten de belangrijkste motieven om zich aan de Kaap te vestigen. Deze elementen zijn ook vervlochten in de relatie tussen de in 1636 gestichte universiteit Utrecht en Zuid-Afrika, die in dit boek centraal staat. Tot ver in de negentiende eeuw was de Utrechtse universiteit een van de belangrijkste onderwijsvoorzieningen voor Zuid-Afrikaanse studenten, vooral voor dominees in spe. Terug in eigen land gaven zij de opgedane kennis door. In de jaren 1880-1910 werd de relatie vooral bepaald door het idee dat aan de Kaap een loot van de Nederlandse stam bloeide. Utrechtse hoogleraren speelden een voortrekkersrol in de steun aan de Boeren. De groeiende wetenschappelijke belangstelling voor de Zuid-Afrikaanse taal en cultuur in de periode daarna werd geremd door de ontwikkelingen in Zuid-Afrika zelf. Verzet tegen de apartheid leidde tot een academische boycot. Momenteel worden de wetenschappelijke banden weer aangehaald.