Zoek resultaten voor: Snel | Snel
Het ministerie van onderwijs en wetenschappen wil nog dit jaar de eerste paal de grond in zien gaan voor de nieuwbouw van aardwetenschappen
Over het sinds 1642 aan de Universiteit van Utrecht geldende verbod om in het openbaar over de opvattingen van René Descartes te discussiëren.
Interview
In 1999 wordt in de faculteit Geneeskuunde een volledig nieuw curriculum geïntroduceerd, met al in het begin van de studie voor concrete ziekteverschijnselen. Dr. Jeen Haalboom, die zich als lid van de facultaire opleidingscommissie in het verleden regelmatig kritisch toonde over het Utrechtse onderwijs, is enthousiast over de daadkrachtige aanpak van het nieuwe faculteitsbestuur
De spectaculaire ontwikkeling van wetenschap en techniek leidde aan het begin van de twintigste eeuw tot veel onbehagen. Ging het niet allemaal te snel? Kon de samenleving al die nieuwigheden wel verwerken? Kwamen andere cultuurwaarden niet in de knel naast de kille, afstandelijke wetenschap? Of bood de wetenschap juist de oplossing voor alle maatschappelijke problemen? Deze vragen zijn nog steeds actueel, maar honderd jaar geleden stonden ze centraal in het intellectuele debat. Ook Nederlandse natuurwetenschappers worstelden met deze vragen. Ze zochten naar een nieuw evenwicht, zowel in hun onderzoek als in het onderwijs. Die zoektocht leidde tot een nieuwe visie op de maatschappelijke rol van deskundigen en intellectuelen. David Baneke volgt de discussies hierover van de eeuwwisseling tot in het Interbellum, aan de hand van bekende en minder bekende wetenschappers en ingenieurs. Rode draad is de voortdurende zoektocht naar een alomvattende 'synthese'.
Zorgen van het College van Bestuur over de bezuinigingen
Als het over de islam gaat, dan gaat het al snel over radicalisme en geweld. Ali Asghar Seyed-Gohrab, universitair hoofddocent Perzische en Iraanse studies in Leiden en sinds kort ook hoogleraar in Utrecht, wil de andere kant laten zien: 'Die heel vroom is, en zelfkritisch, met aandacht voor kunst, cultuur en schoonheid.
Het profiel van de Universiteitsbibliotheek Utrecht is de afgelopen jaren grondig gewijzigd. Stond voorheen het conserveren en beschikbaar stellen van de eigen collectie centraal, nu heeft de bibliotheek vooral de functie om haar klanten zo goed mogelijk toegang te verschaffen tot zoveel mogelijk beschikbare en relevante kennis. Kennis die zich veel verder uitstrekt dan de eigen, zeer aanzienlijke en waardevolle collectie. De bibliotheek is meer en meer een ‘virtual library’ die informatie beschikbaar stelt, ongeacht waar en hoe die informatie ligt opgeslagen. De traditionele kennisdragers, en met name het gedrukte boek, vormen nog steeds een belangrijke pijler waarop de basis van de bibliotheek rust. Dat zal zo blijven tot in de lengte van jaren. Maar tegelijkertijd zijn nieuwe pijlers gebouwd die het werk van de bibliotheek een breder en ander fundament én aangezicht geven. Door naast de bestaande collectie ook gegevensbestanden, elektronisch beschikbare full-text bestanden en internetbronnen toegankelijk te maken, krijgen onderwijs en onderzoek de beschikking over veel meer kennis dan voorheen. Kennis bovendien, die snel en direct op het bureau van onderzoeker of student beschikbaar komt
In 1925 begon er aan de Rijksuniversiteit Utrecht een Indologische opleiding voor toekomstige ambtenaren in Nederlands-Indië, de toenmalige Nederlandse kolonie. De opleiding was een conservatief antwoord op het ‘ethisch’ Indologisch onderwijs in Leiden. Bij de Utrechtse faculteit werkten enkele bijzonder hoogleraren die gefinancierd werden door het bedrijfsleven. Een belangrijke donor was de Bataafsche Petroleum Maatschappij en daarom sprak men al snel van de Oliefaculteit.
Sinds de Middeleeuwen heeft de universiteit vele veranderingen succesvol doorstaan. Maar het hele landschap van het hoger onderwijs is de afgelopen decennia zo snel en ingrijpend in beweging gekomen – onder andere met de opkomst van online learning, MOOC’s en rankings – dat de uitgangspunten van de universiteit nu opnieuw doordacht moeten worden. Als rector magnificus van de Universiteit Utrecht heeft Bert van der Zwaan met tal van collega’s in Azië, Europa en Noord-Amerika gesproken over de ontwikkelingen binnen de stelsels van hoger onderwijs in hun land. Op basis van die gesprekken exploreert hij de toekomst van het hoger onderwijs, met als kernvraag: haalt de universiteit 2040?