Zoek resultaten voor: Groot | Groot
Het spectrum van de Nederlandse Hervormde Kerk was heel breed. De flanken van vrijzinnigen en gereformeerden zijn bekend. Maar van het brede midden, in de vooroorlogse jaren zo’n zestig procent van de kerk, is het beeld veel waziger. Dit boek gaat over een deel van dit midden, de zogeheten ethische richting. In de schijnwerper staat professor Johannes de Groot, die daarvan een prominent vertegenwoordiger was. De Groot maakte in vijftien jaar tijd snel carrière van dorpsdominee in Garrelsweer tot stadspredikant in Den Haag. In 1928 werd hij in Groningen hoogleraar Hebreeuws. Acht jaar later stapte hij over naar de Utrechtse theologische faculteit, wat hem in het hart van orthodox-hervormd Nederland bracht. Hij was niet alleen een gerespecteerd hoogleraar Oude Testament. Zoals zoveel professoren van zijn generatie was hij volop kerkelijk en maatschappelijk actief. Hij bekleedde bestuursfuncties op het gebied van onderwijs en media. Vijf keer bezocht hij Palestina, een land dat voor hem het vijfde evangelie was, maar waarvan hij de toekomst somber inzag. Regelmatig was hij op de radio te horen. Een man met een missie.
Hugo de Groot (1583-1645) is internationally known as the father of international law and also celebrated for his seminal work on the law of nature. The principal work of Johannes Voet (1647-1713) is his Commentarius ad Pandectas in which he expounds the modern law (the jus hodiernum) in the light of the Pandects of Roman law. In the first title of his Commentary, Voet briefly sets out his views on the foundations of natural law. He rejects the views of De Groot on this score as unacceptable. The purpose of this note is to trace the exposure of De Groot and Voet to the subtleties of the esoteric theological debates in Reformed (Calvinist) circles in seventeenth century Holland, and to highlight the theological background to their differing views on the source of the law of nature.