Zoek resultaten voor: Dorsman | Dorsman
Interview met Leen Dorsman, hoogleraar universiteitsgeschiedenis en voorzitter van de Commissie Geschiedschrijving Universiteit Utrecht.
Aan de hand van negen portretten van Utrechtse geleerden wordt het proces van 'vermaatschappelijking' van de wetenschap en de universiteit toegelicht. De geportretteerden zijn: G.W. Kernkamp, W.G. Brill, P. Harting, F.C. Donders, H.R. Kruyt, J. D'Aulnis de Bourouill, H.J. Hamaker, D.F. van Esveld en C.H.D. Buys Ballot
Bij campus novel denkt men in eerste instantie aan romans die zijn gesitueerd aan een Engelse of Amerikaanse universiteit. Toch zijn ook in de Nederlandse literatuur de universiteit, de wetenschap en het studentenleven niet vergeten. Interessante vraag is: leveren deze romans inzichten op voor de bestudering van de universiteit en de wetenschap? Klikspaans Studenten-Typen en Vestdijks Anton Wachter-cyclus zijn al dikwijls als bron voor de universiteitsgeschiedenis gebruikt, maar hoe zit dat met meer recente romans als die van Hermans en Voskuil? In deze bundel buigt Willem Otterspeer zich over Onder professoren, Maarten J. Aalders over Wat eeuwig zeker is van Bernard van Bergen, Dirk van Miert over de kluchtige voorgeschiedenis van het genre, Koen van de Leur over de verhalen in studentenalmanakken, Rogier van der Wal over romans van Maarten ’t Hart en Hubert Lampo, Peter Jan Knegtmans over Het Bureau en Leen Dorsman over verschillende aspecten van het genre.
De Utrechtse student: 1945 tot nu beschrijft hoe het naoorlogse Utrechts studentenleven veranderde en wat er hetzelfde bleef: Hoe woonden studenten toen en nu? Welke rol speelt werk en hoe is dit door de jaren heen veranderd? Wat is de functie van sport-, studie- en gezelligheidsverenigingen? Hoe wordt door de overheid aan studenten financiële steun verleend? Welke rol speelden Utrechtse studenten in het maatschappelijk debat? En welke maatschappelijke, economische en culturele veranderingen liggen ten grondslag dit alles?
Bevat bijdragen over de geschiedenis van de Utrechtse geschiedenisopleiding.
Studenten gedragen zich studentikoos: zij gaan laat naar bed, slapen lang uit, drinken veel en gedragen zich min of meer aanstootgevend. Aan de studie hechten zij minder belang dan aan het studentenleven en voor maatschappelijke problemen hebben zij geen oog. Maar klopt dit beeld? Wordt niet al te gemakkelijk afgegaan op de meest opvallende kenmerken van het studentenbestaan? Deze bundel laat een andere kant zien. Er wordt aandacht besteed aan de sociale herkomst van studenten en de veranderingen daarin, aan de studentencultuur en de rol van studenten in de cultuur en niet in de laatste plaats aan het idealisme en de maatschappelijke bevlogenheid van studenten, kortom, aan de plaats en de betekenis van studenten in de samenleving.
Nieuwenburg was hoogleraar Staathuishoudkunde en Statistiek